poezie

onvoltooid begin

jij
in een kroeg aan een tafel
drinkend, lezend
de vale onbeschilderde muren verleidend
met je lange haren
en je nog strakke huid

naast jouw smalle schaduwlijnen
zwijgen tooghangers
met geblokte ellebogen
in een langgerekte biervlek

jij koketterend
in de eeuwigheid
van de onvoltooide muur
zij gevangen
in de vergankelijkheid
van een zoveelste
moeizaam voltooide dag

en ik
in het nu
een kleurloze kameleon
tegen de vale wand

jij bestudeert
vanop jouw stoel
de gekromde lijnen
van mijn mondhoeken
alsof het scheuren zijn
in de onbeschilderde muur

(uit de cyclus -zwerfkeien in de kreek van de liefde-)
achttien
niets
in mijn karig opgespaarde jeugd
had me voorbereid
op dat ene
toen ik lang geleden
aangekomen in de metropool
om alle dingen van de wereld te studeren
op mijn kamer zat
met jou in je hotpants
met je leuke rode haar
en toen mijn lippen
mijn naam drukten
in die van jou

zoals niets in het leven
mij had kunnen voorbereiden
op wat je antwoordde
toen je me afweerde en zei
dat huidhonger alleen maar
een dorpsziekte is

(uit de cyclus -zwerfkeien in de kreek van de liefde-)
moesson
je leunt uit het open raam
van de hostel
je voelt de regenvlagen
op je gezicht

zij
de zwartharige reizigster
die onlangs opdook
van achter haar rugzak
legt haar hand op je schouder
zoals alle voorbije ochtenden
na het vrijen

de reizigster zoent je in je nek
klampt zich aan je vast
zoals ze de berg ziet doen in de verte
de berg die zich voor altijd
lijkt te persen
tegen het immense wolkendek

in de vallei oogst
een doornatte man met een buffel
druppels stilte in het rijstveld
van het zich lavende land
alleen hij weet
dat de moessonregens
op een dag zullen verdwijnen
zoals ze gekomen zijn

(uit de cyclus -zwerfkeien in de kreek van de liefde-)