hij, de mens

 

hij
de mens
stapt met stevige tred
en baggerende armen
over de weg
naar een
volgendejaartoekomst
met bewegingen
die ouder en grootser zijn
dan de mens in hemzelf

hij
sleept
over de straatstenen
een steeds langer wordende schaduw
achter zich aan
die hem vervelend
blijft herinneren
aan zijn nomadische struikeltocht
tussen geboorte en dood