moesson

 

je leunt uit het open raam
van de hostel
je voelt de regenvlagen
op je gezicht

zij
de zwartharige reizigster
die onlangs opdook
van achter haar rugzak
legt haar hand op je schouder
zoals alle voorbije ochtenden
na het vrijen

de reizigster zoent je in je nek
klampt zich aan je vast
zoals ze de berg ziet doen in de verte
de berg die zich voor altijd
lijkt te persen
tegen het immense wolkendek

in de vallei oogst
een doornatte man met een buffel
druppels stilte in het rijstveld
van het zich lavende land
alleen hij weet
dat de moessonregens
op een dag zullen verdwijnen
zoals ze gekomen zijn

(uit de cyclus -zwerfkeien in de kreek van de liefde-)