afspraakje

we verlaten het café
ergens op het platteland
het schemert tussen de eiken
ik stel haar voor
nog even te gaan wandelen
ze zegt gewoon ja

we dwalen door het donker wordende
naar koelte snakkende bos
zij op hoge hakken
ik op gympen
soms raken onze schouders elkaar licht

bij een kreek
gaan we op een boomstronk zitten
ik kus haar
op haar lippen
die zo dun voelen
als de schors
van schrale berken
en ik weet
dat deze kus
ons afscheid is
als ze neen schudt
wanneer ik haar iets vraag
maar het kan me niets schelen
omdat die nacht
alles goed is
zo

(uit de cyclus -zwerfkeien in de kreek van de liefde-)